Anja heeft een eenmanszaak die sinds 23 april 2010 ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Ze verhuurt reiswiegen voor baby’s in de auto, geeft tennislessen, verzorgt tennisgerelateerde activiteiten, verleent diensten in de sport en verricht administratieve werkzaamheden.
Anja gaat per 1 april 2017 voor Epicx uiteenlopende administratieve werkzaamheden verrichten. Eerst voor € 14,- per uur oplopend tot € 18,- per uur, telkens te vermeerderen met btw. Daarna wordt afgesproken dat Anja 100 uur per maand zal werken voor een fixed fee van € 1.400,- exclusief btw per maand. Anja brengt via haar eenmanszaak de facturen in rekening en de btw draagt zij vervolgens af. Tevens wordt afgesproken dat bij ziekte 70% van het bedrag wordt uitgekeerd en dat de vergoeding tijdens vakanties van Anja wordt doorbetaald. Begin 2024 wordt aan Anja meegedeeld dat (een deel van) haar werkzaamheden worden overgenomen door een werknemer van Epicx en dat zij andere werkzaamheden gaat verrichten. De focus daarbij ligt op acquisitie. Als reactie op deze mededeling stuurt Anja een brief naar Epicx waarin zij zich op het standpunt stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Volgens Epicx is het een overeenkomst van opdracht en zij zegt deze overeenkomst per 1 augustus 2024 op.
Procedure
Anja is het er niet mee eens en start een procedure bij de kantonrechter. Ze verzoekt hem te verklaren dat de overeenkomst tussen haar en Epicx een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW is. Tevens om Epicx te veroordelen tot doorbetaling van het loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en betaling van de vakantietoeslag van 8%. Maar ook verzoekt zij de rechter om Epicx te veroordelen om alsnog loonaangifte te doen bij de Belastingdienst over de jaren 2017-2024.
Voor het geval de kantonrechter oordeelt dat er inderdaad tussen Epicx en Anja een arbeidsovereenkomst bestaat, verzoekt Epicx – als tegenverzoek - op de kortst mogelijke termijn de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en Anja te veroordelen tot creditering van haar facturen à € 168.503,22 aan Epicx.
Geen opdrachtovereenkomst
Om vast te stellen of hier sprake is van een arbeidsovereenkomst, verwijst de kantonrechter naar het Deliveroo-arrest en de Haviltex-maatstaf. Alle omstandigheden in onderling verband bezien spelen een rol. In dit kader worden acht getuigen gehoord, waaronder Anja zelf. Uit deze verklaringen blijkt dat er in 2017 wel een concept opdrachtovereenkomst is opgesteld, maar dat deze niet door beide partijen ondertekend is. Er bestaat dan ook geen opdrachtovereenkomst. Anja werkte in een team, nam deel aan vergaderingen en overleggen en was actief in verschillende app-groepen van Epicx, waaronder een app-groep voor het personeel. Zij werd ingeroosterd, kreeg een laptop, een parkeerkaart, de sleutel van het pand inclusief de code van het alarm. Ook nam zij deel aan bedrijfsuitjes, droeg zij bedrijfskleding van Epicx, mocht zij zich niet laten vervangen door een ander en was er een duidelijke gezagsverhouding. Verder droeg zij geen commercieel risico omdat haar uren vast stonden. Tevens declareerde Anja maandelijks 100 uur: dit wijst op salarisbetaling. Haar uurtarief lag marginaal boven het minimumloon, dus ver van een ondernemerstarief. En verhogingen van het uurtarief geschiedde op initiatief van Epicx. Bovendien kreeg Anja doorbetaald tijdens ziekte en vakantie en was zij niet verzekerd voor aansprakelijkheid, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Op grond van de geconstateerde feiten rondom het werk, oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Brutowerknemersloon
Daarmee rijst de vraag wat de hoogte is van het loon want er is geen loon overeengekomen. Anja stelt dat het door haar gefactureerde en ontvangen tarief als uitgangspunt moet dienen bij de vaststelling van het werknemersloon. Dit tarief moet - volgens haar - aangemerkt worden als een nettouurloon dat dient te worden gebruteerd. Met terugwerkende kracht.
De kantonrechter gaat hier niet in mee. Hij stelt: ‘Werkgevers hebben, net als werknemers, recht op een eerlijke en marktconforme prijs voor arbeid, ongeacht de oorspronkelijke status van de werknemer’. Het zzp-tarief moet gezien worden als brutowerknemersloon. Want Anja heeft de door haar gefactureerde bedragen moeten opgeven voor de inkomstenbelasting. Zij heeft dus recht op deze bedragen en daar moet Epicx loonheffing over inhouden. De kantonrechter ziet geen reden op grond waarvan het bruto zzp-tarief omgerekend zou moeten worden naar een nettowerknemersloon. Want, zo zegt de kantonrechter: ‘Dit is (immers) kennelijk niet wat partijen voor ogen stond toen zij hun samenwerking aangingen’. En omzetting zou ook tot gevolg hebben dat de werknemer die een gelijkwaardige functie heeft als Anja, ongelijk wordt behandeld. Anja zou dan namelijk uitkomen op een loon dat veel hoger is dan dat bij een gelijkwaardige functie bij Epicx.
Hoewel de kantonrechter niet uitdrukkelijk verwijst naar art. 7:618 BW, past hij deze hier wel toe. Het zzp-tarief moet gelden als brutowerknemersloon.
Oordeel
De kantonrechter veroordeelt Epicx om alsnog loonaangifte te doen bij de Belastingdienst over de jaren 2017 tot en met 2024. Epicx is inhoudingsplichtige en dient loonbelasting en premies volksverzekeringen in te houden en af te dragen. Tevens is Epicx premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet verschuldigd. Dit op straffe van een dwangsom.
Vervolgens wijst de kantonrechter op de na 1 augustus 2024 doorlopende arbeidsovereenkomst. Hierdoor heeft Anja vanaf 1 augustus 2024 recht op een brutomaandloon van € 1.800,- vermeerderd met 8% vakantiebijslag. Maar ook nog op 8% vakantiebijslag over de periode 1 april 2017 tot en met 31 juli 2024.
De kantonrechter oordeelt voorts dat er tussen Anja en Epicx sprake is van een dermate verstoorde arbeidsverhouding dat het in redelijkheid niet van Epicx gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. Daarom ontbindt hij de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, onder toekenning van een transitievergoeding.
Wat betreft het tegenverzoek van Epicx merkt de kantonrechter op dat dit zijn competentiegrens overstijgt. De vordering dient in een dagvaardingsprocedure voorgelegd te worden aan het Team Handel van deze rechtbank.
Conclusie
Als tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een opdrachtovereenkomst gesloten wordt, is het verstandig om daarin op te nemen dat het zzp-tarief een brutouurloon is, mocht de rechter achteraf oordelen dat het een arbeidsovereenkomst is.