Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Wet minimumloon

Om te voorkomen dat werknemers worden onderbetaald, is in de wet een minimale beloning vastgelegd. Is er een lager loon overeengekomen, dan geldt het wettelijk minimumloon. De werknemer die een te laag loon heeft ontvangen, kan het tekort van de werkgever opeisen via een gerechtelijke procedure. De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM) geldt voor :

  • werknemers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
  • tussenpersonen, vertegenwoordigers, colporteurs, acquisiteurs en dergelijke, die niet werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Zij hebben recht op het minimumloon als ze werkzaam zijn voor slechts één opdrachtgever, hun werkzaamheden niet van bijkomstige aard zijn en zij zich doorgaans niet door meer dan twee andere personen laten bijstaan. Deze definitie is iets ruimer dan de definitie van “tussenpersonen“ in de loonbelasting en de sociale zekerheid. Daar geldt de extra voorwaarde, dat de afnemers persoonlijk moeten worden bezocht. Die voorwaarde geldt in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet.
  • personen, van wie de arbeidsrelatie op één lijn gesteld kan worden met een dienstbetrekking. Het gaat hier om flexibele arbeidsrelaties en thuiswerkers, die niet werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Hierbij gelden de volgende criteria:
    1. de arbeid moet persoonlijk worden verricht (dan wel uitsluitend met behulp van gezinsleden) en er mag van niet meer dan twee opdrachtgevers sprake zijn;
    2. de arbeid wordt niet verricht in het kader van beroep of bedrijf;
    3. er moet sprake zijn van een zekere duur en continuïteit van de arbeidsrelatie: minimaal 3 maanden, waarbij de periode tussen 2 opdrachten minder dan 31 dagen bedraagt;
    4. de omvang van de arbeid moet niet van bijkomstige aard zijn: dat wil zeggen een arbeidsduur van minimaal 5 uur per week.

Deze uitbreiding van de werkingssfeer van de WMM is vooral bedoeld voor arbeidsrelaties waarbij het niet duidelijk is of er wel of niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Daarnaast geldt de wet Minimumloon bij overeenkomst van opdracht. Dit betekent dat naast 'gewone werknemers' ook resultaatgenieters recht hebben op ten minste het minimumloon, tenzij zij arbeid verrichten in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, oftewel een echte zelfstandige zijn en winst uit onderneming ontvangen. Dat is een aanmerkelijke uitbreiding van het bereik van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De aanleiding om te komen tot deze wet is terug te voeren op de discussies over het misbruik van flexwerkers op de post- en dagbladmarkt. Dagblad- en postbezorgers blijken vaak onder het wettelijk minimumloon te worden betaald. De wet heeft zoals al is aangegeven geen betrekking op echte ondernemers (in fiscale zin). Zij worden geacht zelf invloed te kunnen uitoefenen op hun tarieven.

De WMM kent een eigen loonbegrip. Het met deze definitie berekende loon moet aan een bepaald minimum voldoen. Ook de vakantiebijslag wordt over dit loon berekend. De hoogte van het minimumloon wordt tweemaal per jaar aangepast aan de gemiddelde stijging van de cao-lonen.

Per 1 januari 2024 geldt een wettelijk minimumuurloon gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Daarvoor gold er een wettelijk minimumloon per maand ongeacht het aantal gewerkte uren. Nu betekent meer werken ook feitelijk meer loon.

Bedrijfseigen documenten
Overige informatie
/prol/
Docnr: 25808