Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Werknemer, zelfstandige of twijfelen we nog?


Nadat het handhavingsmoratorium is opgeheven zoeken vooral opdrachtgevers en zzp’ers houvast met betrekking tot hun arbeidsrelaties. De Hoge Raad gaf in het Deliveroo- en Uber-arrest aanwijzingen. De prejudiciële beslissing van 21-2-2025 van de Hoge Raad was bedoeld om meer duidelijkheid te brengen, maar in de praktijk pakte dat vaak anders uit . Wordt die twijfel door het wetsvoorstel Vbar met bijbehorend besluit opgelost?

Het ‘Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties’ stond tot en met 13 oktober 2025 ter consultatie open en leverde 66 reacties op. Het is de bedoeling dat de wet Vbar en dit besluit (met verwerkte reacties) ingaan per 1 juli 2026. Voordat het zover is moeten de Tweede en Eerste Kamer het behandelen en goedkeuren.


Wie is de werknemer, wie de zzp'er?

Totstandkoming Vbar

In het wetsvoorstel zijn de elementen van het Deliveroo- en het Uber-arrest verwerkt. In een prejudiciële beslissing gaf de Hoge Raad (21-2-2025) een algemeen oordeel over kwalificatie van overeenkomsten van werkenden bij dezelfde opdrachtgever. Om een overeenkomst aan te merken als arbeidsovereenkomst, dan wel als opdracht (ondernemerschap) moeten alle omstandigheden van het geval in onderling verband worden beoordeeld, zei de Hoge Raad in het Uber-arrest. Dus zelfs als twee mensen precies hetzelfde werk doen bij dezelfde opdrachtgever, kan de één juridisch als werknemer worden gezien en de ander als zelfstandige — afhankelijk van hun individuele afspraken en feitelijke situatie.

Deliveroo

In de Deliveroo-uitspraak van 2023 gaf de Hoge Raad een opsomming van de volgende negen gezichtspunten die van belang kunnen zijn bij het bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een overeenkomst van opdracht:

  1. De aard en duur van de werkzaamheden;
  2. De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. De inbedding van het werk en van degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is;
  6. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. De hoogte van deze beloningen;
  8. De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
  9. Of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (‘ondernemerschap’). Denk hierbij aan activiteiten als het zoeken naar opdrachten , ondernemersrisico lopen en het hebben van meerdere opdrachtgevers.

Besluit

De inbedding (3) is in het aangepaste wetsvoorstel Vbar vervangen door 'werkinhoudelijke en organisatorische sturing'. Het wetsvoorstel Vbar wordt aangevuld met het ‘Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties’. In een besluit (Algemene Maatregel van Bestuur) wordt iets uit een wet nader ingevuld, verduidelijkt. Zo'n besluit kan veel makkelijker en sneller aangepast worden dan een wet en is daardoor makkelijker voor het kabinet. Zo geeft dit besluit een nadere invulling aan de twee hoofdelementen van het wetsvoorstel Vbar:

  1. werkinhoudelijke en organisatorische sturing (Artikel 1,W-indicaties) en,
  2. arbeid voor eigen rekening en risico (Artikel 2, Z-indicaties).

De indicaties moeten de twee hoofdelementen van het wetsvoorstel Vbar ( artikel 7:610 BW) verduidelijken.
In artikel 3 is een bepaling opgenomen voor het geval er sprake is van onvoorziene omstandigheden.

 

Artikel 3 besluit
In afwijking van de artikelen 1 en 2 kunnen onvoorziene omstandigheden worden betrokken.

Consistenter

De indicaties in dit besluit, in combinatie met het voorstel Vbar, moeten aan werkenden, werkgevers en opdrachtgevers, uitvoeringsorganisaties (zoals het UWV, de Belastingdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie) meer duidelijkheid geven en ervoor zorgen dat de beoordeling in de rechtspraak consistenter wordt.
Feitelijk worden de elementen uit het Uber- en Deliveroo-arrest verankerd (gecodificeerd) in de wet en het bijbehorende besluit. De verduidelijking moet het inzichtelijker maken wanneer als werknemer gewerkt moet worden of wanneer als zelfstandige gewerkt kan worden. Overigens is de werkelijke omvang van het aantal schijnzelfstandigen niet bekend, maar het kabinet schat het aantal op zo’n 200.000.
Naast het wetsvoorstel Vbar is er ook nog het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet. Dit voorstel is ingediend in de Tweede Kamer, moet ook nog door de Eerste Kamer en treedt op zijn vroegst op 1 juli 2026 in werking. Er heerst meer enthousiasme over deze wet dan over Vbar. Welke van beide voorstellen uiteindelijk de eindstreep haalt is nog ongewis en hangt onder meer af van de verkiezingsuitslag. Tot die tijd is het voor werkgevers, opdrachtgevers en zelfstandigen belangrijk om zoveel mogelijk te voldoen aan de vereisten van beide wetsvoorstellen.

Beoordeling

Om als werknemer te moeten werken of als zelfstandige te kunnen werken hoeft de arbeidsrelatie niet aan alle W- of Z-indicaties te voldoen. Wat het zwaarst weegt, de W-of Z-indicaties, geeft de doorslag. Hierbij gaat zijn voor schijn, ofwel de praktijk voor papier. Toch blijven er ook situaties waarin een zelfstandige feitelijk een inspanningsverplichting heeft in plaats van een resultaatverplichting. Niet al hun werk kan op resultaat beoordeeld worden. De scheidslijn tussen werknemer en zelfstandige is soms onduidelijk. De Zelfstandigenwet stelt bij onduidelijke situaties een toetsingsinstantie voor die een bindende uitspraak kon doen.

Links in de kennisbank
Zzp
Zelfstandig ondernemerschap
Wet- en regelgeving
Deliveroo arrest
Uber arrest
Overige informatie
/prol/
Docnr: 260839