Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Van vierweken- naar maandverloning


Eén van mijn klanten liet op de valreep weten dat hij per 1 januari 2026 overgaat van vierweken- naar maandverloning. Probleemdata zijn nu 29, 30 en 31 december 2025 omdat deze in periode 1 van 2026 zouden vallen. Wij hebben die drie dagen nu verloond tegen het bijzonder tarief zodat we in elk geval voldoende loonheffing hebben ingehouden. Maar voor de ZVW en werknemersverzekeringen hebben we nog geen goede oplossing. Kun je aangeven hoe wij dit moeten verlonen? We hebben nog tot eind januari de tijd om de aangifte te corrigeren.

 

Twee oplossingen

Dit komt het meest overeen met een 53ste week zoals we die einde 2026 ook weer hebben. 
Bij maandverloning verloopt alles zoals de eerdere maanden, maar bij een loontijdvak van 4 weken blijft er dan 1 week te verlonen over. In jouw situatie hoef je geen week, maar nog 3 dagen aanvullend te verlonen. Hiervoor zijn 2 oplossingen mogelijk:

  1. Je berekent de loonheffing over de 13e periode van 4 weken en de loonheffing over die 3 dagen afzonderlijk. In dat geval gebruik je voor het loon over de 13e periode van 4 weken de vierwekentabel en voor het loon over die 3 dagen de dagtabel. Het totaalbedrag is de loonheffing over die periode.
    De teveel ingehouden loonheffing kan de werkgever alsnog nabetalen, de te lage inhouding kan hij netto inhouden bij de volgende salarisbetaling. Belangrijk is dat de werkgever zijn werknemers goed heeft geïnformeerd over het gewijzigde loontijdvak en de mogelijke gevolgen als er teveel of te weinig is ingehouden.
  2. Je berekent het loon over de 13e periode en het loon over die laatste 3 dagen in één keer. Er is dan sprake van een loontijdvak met 23 dagen. Omdat er voor dit loontijdvak geen tabel bestaat moet je het loon herleiden naar een loon over een tijdvak waarvoor wel een tabel bestaat. Bijvoorbeeld door het loon te delen door 23. Op die uitkomst pas je de dagtabel toe en vermenigvuldig je de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de arbeidskorting met 23. Het totaalbedrag is ook hier weer de loonheffing over die periode.

Let op!

Blijkt er bij beide oplossingen een verschil te zijn met de ingehouden loonheffing, dan moet je betrokkene(n) voorzien van een nieuwe loonstrook en een nieuwe jaaropgave.

In beide gevallen krijgt de werknemer meer loonheffingskorting dan waar recht op bestaat. Dat verschil wordt verrekend in de aangifte IB. Het voordeel is betrokkene dan weer kwijt.

Maximale heffings- en bijdrageloon

Om de premies WNV en heffing ZVW te berekenen gebruik je het totale loon over die 23 dagen in het 13de VCR-tijdvak. Mogelijk bereik je dan voor meer werknemers het maximale heffings- en bijdrageloon, maar dat is inherent aan de overstap naar een ander loontijdvak. Voor de WNV en ZVW kan nooit boven het jaarmaximum worden geheven, ook niet bij enkele extra dagen. Er zijn immers ook werknemers die af en toe meer dan 5 dagen per week werken.

Wet- en regelgeving
Externe links
Overige informatie
/prol/
Docnr: 267003