Maurits werkt op basis van een oproepovereenkomst. Hij krijgt twee keer een vast dienstverband aangeboden, maar gaat daar niet op in. Een aantal maanden na het tweede aanbod, bedenkt hij zich en beroept hij zich alsnog op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang en vordert loon, met terugwerkende kracht. Heeft dit kans van slagen? Hierover heeft de Hoge Raad recent een principiële uitspraak gedaan.
De werkgever is een payrollbedrijf voor taxichauffeurs. Zij worden tewerkgesteld bij taxibedrijven. Maurits treedt in juli 2017 in dienst. Met ingang van 6 juli 2019 heeft hij een nulurencontract voor onbepaalde tijd. Van maart/april 2020 tot en met juni 2021 werkt Maurits nauwelijks voor deze werkgever. In juli en augustus 2021 wordt hij weer opgeroepen. De werkgever doet Maurits twee keer het aanbod om een vaste urenomvang in de arbeidsovereenkomst op te nemen, gebaseerd op het gemiddelde aantal gewerkte uren:
- op 7 april 2020 voor 44,69 uur per maand, met terugwerkende kracht tot 1 februari 2020;
- op 18 december 2020 voor 26,20 uur per maand, met ingang van februari 2021.
Beroep op rechtsvermoeden arbeidsomvang
Maurits slaat het aanbod beide keren af. Hierdoor blijft hij werken op basis van een nulurencontract. Maar hij komt erop terug en stuurt 30 april 2021 de werkgever een brief waarin hij vraagt om vanaf 16 maart 2020 loon over 42,5 uren per maand uit te betalen. Maurits doet dus een beroep op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang van art. 7:610b BW.
Per 1 mei 2022 komen werkgever en Maurits 30 uren per maand overeen waarmee Maurits niet meer op basis van een nulurencontract werkt.
Vordering toegewezen, maar niet over gehele periode
De werkgever is het niet eens met het beroep op het rechtsvermoeden arbeidsomvang. Daarop legt Maurits de kwestie voor aan de kantonrechter. Maurits vordert betaling van het loon met emolumenten vanaf 3 augustus 2020 tot 1 juli 2021, berekend over een urenomvang van 42,5 uur per maand.
De kantonrechter wijst de vordering toe over de periode vanaf 30 april 2021, de datum waarop Maurits het beroep op het rechtsvermoeden heeft gedaan. In hoger beroep bekrachtigt het gerechtshof dit vonnis.
Cassatie bij Hoge Raad
Het gaat om beantwoording van de vraag of Maurits met terugwerkende kracht een beroep kan doen op het rechtsvermoeden van art. 7:610b BW, als hij twee keer het aanbod van werkgever voor een vaste urenomvang op grond van art. 7:628a lid 5 BW, heeft afgewezen.
De Hoge Raad legt de verhouding tussen deze twee artikelen uit. Art. 7:610b BW bepaalt dat als een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden. Slaagt een beroep op dit rechtsvermoeden, dan heeft de arbeidsovereenkomst een bepaalde arbeidsomvang.
In haar arrest van 27 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW0017, rechtsoverweging 3.4) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een verzoek tot vaststelling van het aantal werkuren aan de hand van dit rechtsvermoeden ook toegewezen kan worden met ingang van een datum voordat het verzoek werd ingediend.
Vastklikregeling
De zogeheten ‘vastklikregeling’ van art. 7:628a lid 5 BW houdt in dat, bij een oproepovereenkomst, de werkgever, steeds als de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd, binnen een maand een aanbod moet doen voor een vaste arbeidsomvang. Beide bepalingen hebben als doel de rechtspositie van de werknemer te versterken. Het rechtsvermoeden van arbeidsomvang en de vastklikregeling bestaan naast elkaar en de laatste is aanvullend op de eerste. De werknemer kan dus een beroep doen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang als hij het aanbod van de werkgever op grond van art. 7:628a lid 5 BW heeft afgewezen, en dit kan tevens met terugwerkende kracht. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het gerechtshof en verwijst het naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.
Conclusie
De werknemer die een aanbod voor een vaste arbeidsomvang weigert kan later alsnog, met terugwerkende kracht, een beroep doen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang.
Maurits is een gefingeerde naam.