Een medewerker meldt zich al enkele jaren verontwaardigd bij ons als hij weer een te betalen aanslag IB heeft gehad door een nevenfunctie. Nadat we de stapeling van zijn inkomsten visueel hebben gemaakt met kolommen begrijpt hij de oorzaak en vraagt of wij dat zoveel mogelijk kunnen voorkomen. Om een lager percentage toe te passen heb je toestemming van de Belastingdienst nodig, maar toch niet als we een hoger percentage loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden dan de tijdvaktabel aangeeft?
Zijn er eventueel andere mogelijkheden om het verschil met de aanslag kleiner te maken?
Hoger percentage
Je mag op verzoek van de werknemer, zonder toestemming van de Belastingdienst meer loonheffingen inhouden dan de tijdvaktabellen of de tabel bijzondere beloningen aangeven. Doordat je geen zicht hebt op het verloop van de loonheffing van de nevenfuncties kun je met enkele pro forma-berekeningen het verschil met de laatste aanslag zo klein mogelijk maken als je dat bedrag kent. Hou er rekening mee dat de jongste aanslag IB van 2024 of eerder is.
Nevenfuncties kunnen soms leiden tot onaangename verrassingen.
Verschillende opties
Extra loonheffingen inhouden en afdragen kan in beginsel op drie manieren:
- Een hoger heffingspercentage
Misschien maakt jouw salarissoftware het mogelijk om een hoger of een extra percentage loonheffingen te berekenen in plaats van of bovenop de loonheffingen uit de toe te passen tabel; - Een extra bedrag inhouden en afdragen
Als de software het mogelijk maakt kun je ook een vast extra bedrag per loonperiode inhouden en afdragen. Dat zou wel eens de makkelijkste oplossing kunnen zijn. Stel dat de werknemer aangeeft dat hij elk jaar iets meer dan € 3.000 aan inkomstenbelasting moet bijbetalen, dan zou je hem kunnen adviseren jou te verzoeken om € 3.000 per jaar extra aan loonheffingen in te houden en af te dragen. Bij een maandverloning houd je vervolgens € 250 per maand extra in. - Loonheffingskortingen stoppen
De loonheffingskorting (tijdelijk) stopzetten is een andere optie om het verschil met de aanslag IB te verminderen. Als er geen loonheffingskortingen meer worden toegepast wordt er vanzelfsprekend een hoger bedrag aan loonheffingen ingehouden en afgedragen. Het loon van de nevenfunctie(s) beïnvloedt de opbouw of afbouw van de heffingskortingen eveneens door de stapeling van de inkomens. Gezien je vraag leidt de stapeling in het geval van de medewerker uiteindelijk tot de afbouw van loonheffingskorting(en). Dat vertaalt zich dan in een te betalen aanslag.
Met een pro forma berekening maak je inzichtelijk wat de extra loonheffingen betekenen voor het nettoloon dat hij van jullie ontvangt. Vermeld daarbij dan dat de ingehouden loonheffing wordt verrekend in de inkomstenbelasting, ook die van de nevenfunctie(s). De medewerker krijgt dus altijd waar hij recht op heeft.
Loonheffingskorting toepassen
De loonheffingskorting kan maar bij één dienstbetrekking worden toegepast, zonder verplichte keuze welke korting wel of niet toe te passen. Toepassing van de loonheffingskorting bij meerdere dienstbetrekkingen kan overigens ook de oorzaak zijn van zijn jaarlijkse aanslag. De werknemer kan zelf op de loonstrook van zijn nevenfunctie(s) zien of daar ook heffingskorting wordt toegepast.
Als hij besluit de toepassing van de heffingskortingen bij jou te laten stopzetten en of een hoger percentage of bedrag LB/PH toe te laten passen, dan moet hij de werkgever daar om verzoeken. Laat hem dat schriftelijk doen en leg dat goed vast, bijvoorbeeld met een dagtekening en handtekening op de pro forma berekening.
Wijzigen van de toepassing van de heffingskorting mag pas nadat de werknemer het daarvoor bestemde ingevulde formulier aan jou heeft geretourneerd. Geef hem wat kopietjes van het formulier mee zodat hij deze ook kan gebruiken voor de nevenfunctie(s).
Maak de medewerker duidelijk dat het effect van de wijzigingen pas zichtbaar is bij de aanslag over 2026. De eerste aanslag die hij ontvangt heeft immers betrekking op belastingjaar 2025 of eerder.