Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Loon of geen loon, dat is de vraag


Ik las eens: ‘Het maakt niet uit welke kleur de kat heeft – als hij maar muizen vangt.’ Dat is in zekere zin ook van toepassing op een recente uitspraak van de rechtbank. Deze haalde zelfs het nieuws maar zonder verdere fiscale details. We kunnen er van alles van vinden, de inspecteur probeerde de belastinginkomsten flink te verhogen, maar leek zozeer gefocust op het aspect loon dat andere mogelijkheden buiten beeld bleven.

Casus

De man die die sinds 2007 in dienst was bij een concern ontving op 17 juni 2022 van de voormalig enig aandeelhouder van dit concern alle aandelen als schenking, ter waarde van € 7.800.000. Hij kreeg de aandelen omdat de directeur in hem de meeste geschikte kandidaat zag om het van familiebedrijf voort te zetten met behoud van het concern-DNA. Hij wilde hiermee voorkomen dat het concern 'ten prooi zou vallen’ aan grotere spelers in de markt die de winstgevende activiteiten eruit zouden halen om het restant vervolgens dood te laten bloeden.
De aandelen behoorden voorafgaand aan de schenking tot het privévermogen van de schenker en niet tot het concernvermogen. Daarnaast was de schenker op geen enkele manier door het concern of anderszins gecompenseerd voor zijn verarming door de levering van de aandelen. De schenking was onder voorwaarden, waaronder een doorgeefverplichting en ontbindende voorwaarden die vastgelegd waren in de notariële akte.
In september 2024 legde de inspecteur aan de verkrijger een aanslag IB/PVV op naar uitsluitend een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.033.836 en werd daarnaast € 353.119 belastingrente in rekening gebracht. De verkrijger (hierna: eiser) tekende bezwaar aan tegen de aanslag maar dat werd ongegrond verklaard. Daarop ging hij in beroep.


‘Het maakt niet uit welke kleur de kat heeft – als hij maar muizen vangt.’

Standpunten

Het beroep diende in september 2025. Daaraan nam de eiser deel, bijgestaan door twee personen en de schenker als getuige. De inspecteur werd ter zitting door drie personen vertegenwoordigd. De aandelen waren op 17 juni 2022 geleverd onder een notariële akte van levering met een overzicht van de waarde vastgesteld door een extern bureau. In de akte waren ontbindende voorwaarden opgenomen die stelden dat de schenking in vier gevallen herroepbaar is. Daarnaast was een zodanige doorgeefverplichting opgenomen dat de eiser de aandelen altijd 'om niet' moest doorgeven aan toekomstige bedrijfsopvolgers.
In de overwegingen of er sprake was van loonvoordeel haalde de rechtbank eerst de standpunten aan van eiser en inspecteur:

  • de eiser stelde dat sprake was geweest van (louter) een schenking van aandelen in het kader van een reële bedrijfsopvolging en het causale verband ontbrak tussen het ‘voordeel’ en de dienstbetrekking, omdat er geen bedoeling aan ten grondslag lag om eiser te bevoordelen of op welke manier dan ook te belonen voor zijn werkzaamheden.
    Verder stelde eiser dat hij de aandelen had verkregen omdat hij de meest geschikte bedrijfsopvolger was en onder de voorwaarde deze om niet te leveren aan zijn toekomstige opvolger(s) omdat anders de continuïteit van de onderneming in gevaar kon komen.
  • de inspecteur stelde dat hij de schenking terecht als loon had aangemerkt omdat er een causaal verband was tussen het voordeel en de dienstbetrekking. Er was tussen de eiser en de schenker geen bijzondere, persoonlijke band en hij kreeg de aandelen omdat de eiser had bewezen een waardige opvolger te zijn van de schenker. De overheersende reden was daarom gelegen in de sfeer van de dienstbetrekking. Subsidiair was er, volgens de inspecteur, sprake van loon van derden. De door eiser geschetste motieven voor de schenking wezen er volgens hem ook op dat de aandelen zijn geschonken in het kader van de dienstbetrekking van eiser.

Overwegingen rechtbank

Volgens de rechtbank gaat het niet om de vraag of er sprake is van een verstrekking ‘in het kader van de dienstbetrekking’, zoals de inspecteur aanvoert, maar om de vraag of de aandelen loon uit dienstbetrekking vormen. De schenker (voormalig aandeelhouder) is door de werkgever van eiser of anderszins niet gecompenseerd voor de verarming die hij heeft geleden door de levering van de aandelen. De bewijslast hiervoor lag bij de inspecteur, maar die slaagde hierin niet. Hij heeft weliswaar gewezen op het causale verband tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, maar zo’n verband op zich betekent niet dat de werkgever dit voordeel aan de werknemer als zodanig heeft verstrekt.
De schenker heeft verklaard dat hij de aandelen uit eigen beweging, als natuurlijke persoon en voormalig aandeelhouder, onder naar eigen wens en inzicht opgemaakte voorwaarden, heeft overgedragen aan eiser opdat het familiebedrijf niet ten prooi zou vallen aan grotere spelers in de markt.
De rechtbank achtte het mede hierdoor waarschijnlijker dat de schenker vooral zijn aandeelhouderspet op had en niet zozeer zijn bestuurders-/werkgeverspet bij zijn beslissing om de aandelen te schenken. Passend hierbij was dat de eiser de aandelen geclausuleerd had verkregen. Eiser kreeg de aandelen dus niet vrij in handen, maar alleen de volledige zeggenschap plus het recht op de winsten (dividenden) zo lang hij bestuurder bleef. Volgens de rechtbank tellen niet alle voordelen die je alleen krijgt omdat je in dienst bent, automatisch als loon uit die dienstbetrekking.

Andere invalshoeken

Er kan ook sprake zijn van loon als het voordeel door een ander dan de werkgever is verstrekt. Dan gelden de uitgangspunten die de Hoge Raad in eerdere arresten heeft geformuleerd. Deze komen erop neer dat er alleen dan sprake kan zijn van belast loon, als het voordeel is verstrekt in opdracht van en voor rekening van de werkgever. Denk bijvoorbeeld aan een kerstgeschenk dat door een derde partij in opdracht en voor rekening van de werkgever wordt geleverd.
De inspecteur heeft geen feiten gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, die erop wijzen dat de werkgever uiteindelijk de rekening heeft betaald (bijvoorbeeld door de schenker privé te compenseren). Dat de schenking onlosmakelijk was verbonden met de werkgever van de eiser maakte nog niet dat de werkgever ook de opdracht heeft gegeven en de rekening heeft betaald. Ook andere jurisprudentie van de Hoge Raad over verstrekkingen binnen concernverband zijn volgens de rechtbank niet van toepassing omdat het concern op zich door de schenking niet is verarmd, maar de voormalig aandeelhouder-schenker verarmde. Door de inspecteur is gesteld noch gebleken dat er sprake is van fooien en dergelijke prestaties van derden, omdat het voordeel niet kan worden beschouwd als vergoeding voor werkzaamheden van belanghebbende.

Beroep gegrond

De inspecteur heeft over het totaal bezien niet aannemelijk gemaakt dat het overheersende motief voor de schenking was de eiser te belonen voor zijn prestaties. De schenker beoogde vooral de continuïteit van het concern veilig stellen. Daarom was er volgens de rechtbank in de notariële akte een doorgeefverplichting opgenomen, bevestigd door getuigenverklaringen van de schenker.
Gelet op het voorgaande achtte de rechtbank het beroep gegrond. Daarom vernietigde de rechtbank de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag tot een bedrag berekend naar uitsluitend een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 233.836. De inspecteur moest verder het griffierecht aan eiser vergoeden en eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten.
Terug naar de kat en de muizen; het maakte voor de inspecteur niet uit welke sticker het voordeel kreeg, als het maar kwalificeerde als belast loon. Bij de eiser kon de vlag uit maar nog zonder wimpel. De inspecteur kan immers nog in hoger beroep en in cassatie gaan.

Links in de kennisbank
Loon
Betaling uit anderen hoofde
Externe links
Overige informatie
/prol/
Docnr: 272545