Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Elk voordeel heeft zijn nadeel...


Overal kom je deze gevleugelde uitspraak van Nederlands grootste voetballer tegen. Zo ook bij de uitvoering van pensioenen. In dit artikel staan we stil bij de gevolgen voor het pensioen als iemand van baan wisselt. Zeker bij werkgevers die bij wijzigingen van de pensioenregeling verschillende pensioenregelingen aanbieden kunnen deze gevolgen groot zijn. Wat kan gebeuren als je je pensioenregeling bij een pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling hebt lopen. Op grond van bijzondere overgangsafspraken mag een deel van de oude pensioenregeling onder bepaalde voorwaarden gehandhaafd blijven. Dit levert voordelen op, maar je snapt het al, ook nadelen.


Met name gevolgen voor werknemers die ouder zijn dan 40-45 jaar en van baan wisselen

Pensioenregeling bij verzekeraar

Voor werkgevers die al voor 1 juli 2023 een pensioenregeling hebben afgesloten bij een pensioenverzekeraar bestaat er een mogelijkheid om voor de werknemers die tot het moment van de overgang in dienst zijn, af te wijken van een van de belangrijkste nieuwe hoofdregels van de nieuwe pensioenregelingen, dat iedere werknemer dezelfde premie betaalt, ongeacht zijn leeftijd. Bij veel pensioenregelingen bij een verzekeraar geldt nu een premieovereenkomst waarbij geldt dat hoe ouder iemand wordt, hoe meer premie naar de pensioenverzekering gaat. Dit noemen wel ook wel de staffel voor beschikbare premieregelingen. Er zijn verschillende soorten beschikbare premieregelingen, maar zij kennen vaak een progressieve opbouw van premie-inleg in de pensioenregeling. Een voorbeeld van een staffeltabel:

  • 20 - 24 jaar: 7%
  • 25 - 29 jaar: 8%
  • 30 - 34 jaar: 9%
  • 35 - 39 jaar: 11%
  • 45 - 49 jaar: 16%
  • 50 - 54 jaar: 19%
  • 55 - 59 jaar: 22%
  • 60 - 64 jaar: 25%
  • 65 - 69 jaar: 30%

Voorbeeld

Is iemand bijvoorbeeld 55 jaar, dan wordt er 22% van de pensioengrondslag gestort in zijn pensioenvermogen. Met dit pensioenvermogen wordt uiteindelijk een pensioen aangekocht. Stel iemand heeft een pensioengrondslag van € 50.000. In dit voorbeeld gaat dan 22% x € 50.000 = € 11.000 per jaar naar het pensioenvermogen.

Pensioengat

In de nieuwe pensioenregeling krijgt in beginsel iedereen dezelfde premie toegezegd, ongeacht leeftijd. Stel de werkgever kiest voor een premie van 18% per jaar. Als we dan kijken naar de bovenstaande staffel gaan werknemers vanaf 50 jaar minder pensioen afdragen. En dreigt er mogelijk op de pensioendatum een tekort aan pensioen, ook wel aangeduid met ‘pensioengat’. Dit tekort moet de werkgever mogelijk compenseren. Dit kan in de pensioenregeling maar ook in de vorm van tegemoetkoming in andere arbeidsvoorwaarden. Dit is een belangrijk punt bij de bespreking van de nieuwe pensioenregeling met werknemers en met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

Eerbiedigende werking

Om deze compensatie te voorkomen, kan een werkgever ervoor kiezen de oude staffel te houden voor de inleg van pensioen van zijn werknemers. Een beroep hierop is echter alleen mogelijk als de werkgever op 1 juli 2023 al een pensioenregeling had met een progressieve premie. Daarnaast geldt dat deze staffel alleen gebruikt mag worden voor werknemers die tot de overstap naar de nieuwe pensioenregeling (uiterlijk 1 januari 2028) al in dienst zijn. Voor werknemers die na de overstap in dienst komen, geldt altijd de verplichting om hetzelfde premiepercentage aan te houden voor de inleg in de pensioenregeling.

Stel een werkgever kiest voor het voordeel van de eerbiedigende werking, dan is het moet hij wel kunnen uitleggen waarom dit redelijk is. Er kunnen namelijk enorme verschillen tussen werknemers ontstaan. De vraag is of dit wenselijk is. Een ander nadeel van deze keuze is dat werknemers die onder de overgangsregeling vallen, zich bewust moeten zijn dat een overstap naar een andere werkgever nadelig kan uitpakken. Daar moet je de werknemer op wijzen. Naast het verlies van het overgangsrecht, moet je de werknemer wijzen op het recht op waardeoverdracht van pensioen naar een eventuele nieuwe pensioenuitvoerder.

Stel een werknemer heeft een pensioenregeling onder de bovenstaande staffel. Hij is 55 jaar en de premie is 22% van € 50.000 is € 11.000. Stel dat hiermee uiteindelijk een jaarlijks pensioen € 6.500,00 zou kunnen worden aangekocht. De werknemer gaat naar een nieuwe werkgever met een pensioenpremie-inleg van 16% van de pensioengrondslag. In zijn geval dus 16% van € 50.000 is € 8.000 per jaar. Hiermee zou slechts € 5.000 per jaar aan pensioen aangekocht kunnen worden. Door de overstap gaat deze werknemer er in de toekomst per jaar dus ineens € 1.500 op achteruit. Dit nadeel zal vooral spelen voor werknemers boven de 40-45 jaar en is afhankelijk van de regels in de oude en de nieuwe pensioenregeling.

Nabestaandenpensioen wijzigt altijd

Ook al doet een werkgever een beroep op de eerbiedigende werking voor de premie-inleg, dan betekent dit niet dat de toezegging van het nabestaandenpensioen niet wijzigt. Bij het ingaan van de nieuwe pensioenregeling zal het nabestaandenpensioen aan de nieuwe pensioenregels moeten voldoen. Dit betekent dat het partner- en wezenpensioen altijd onafhankelijk wordt van de diensttijd en altijd op risicobasis is. En dat de hoogte van de aanspraken afgeleid wordt van het pensioengevend salaris. Heeft een (gewezen) werknemer in het verleden in de pensioenregeling partner- of wezenpensioen opgebouwd, dan blijft dit pensioen in stand wat betreft het bedrag dat is opgebouwd tot aan de overgangsdatum. Voor het verzekerde partnerpensioen (risicobasis) geldt dat dit alleen verzekerd is zolang iemand deelnemer is in de pensioenregeling. Bij uitdiensttreding vervalt deze aanspraak.

Stel in de nieuwe pensioenregeling is het partnerpensioen 18% van het pensioengevend salaris. Een werknemer heeft tot 1 januari 2026 aan partnerpensioen opgebouwd € 4.000 per jaar. Op 1 januari 2026 stapt de werkgever over naar de nieuwe pensioenregeling. Het pensioengevend salaris is € 20.000. Een partner krijgt bij het overlijden van een werknemer dan € 4.000 + het verzekerde deel € 3.600 (20.000 x 18%). Is de werknemer inmiddels uit dienst, dan bedraagt het partnerpensioen € 4.000.

Links in de kennisbank
De nieuwe pensioenregelingen
Wet- en regelgeving
Externe links
Overige informatie
/prol/
Docnr: 268423