Op 30 januari presenteerde het nieuwe kabinet het regeerakkoord getiteld ‘Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland’. In dit artikel bespreek ik de beoogde maatregelen van het kersverse kabinet op het terrein van de sociale zekerheid.
Voorgenomen bekorting WW-duur
Het kabinet wil de huidige WW-duur van maximaal 24 maanden bekorten naar maximaal 12 maanden. En dan te bedenken dat de maximale WW-duur tot 1 januari 2016 nog 38 maanden bedroeg. De WW-duur is sindsdien in het kader van de Wet werk en zekerheid met één maand per kwartaal bekort naar de huidige 24 maanden. Wat in de berichtgeving nog wel eens vergeten wordt is dat de bekorting van de WW-duur één op één doorwerkt in de duur van de WGA-loongerelateerde uitkering voor werknemers die tussen de 35-80% arbeidsongeschikt zijn. In plaats van bij 24 maanden zouden ze dan al bij 12 maanden moeten voldoen aan de inkomenseis. Dit houdt in dat een werknemer minimaal 50% moet verdienen van wat hij volgens het UWV kan verdienen, om in aanmerking te komen voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. Lukt hem dat dan heeft hij met de uitkering en het verdiende inkomen nog een aardig inkomensniveau. Is de werknemer niet aan het werk of voor minder dan genoemde 50% dan valt hij terug op de WGA-vervolguitkering, die afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid een percentage van het wettelijk minimumloon bedraagt. Dat levert een forse inkomensachteruitgang op.
Bijkomend probleem is dat het UWV achterstanden heeft voor wat betreft de WIA-beoordeling. Achterstanden die niet op korte termijn worden opgelost. Dit betekent dat als werknemers pas na 6 of 9 maanden gekeurd worden en gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden bevonden er al een groot deel van de duur van de WGA-loongerelateerde uitkering voorbij is en ze dus al snel moeten voldoen aan de inkomenseis.
Mogelijk forse inkomensachteruitgang voor mensen in een WGA-traject.
Implicaties voor verzekeringen
Er is eerder afgesproken dat er een reparatie zou komen voor de bekorting van de duur van de WW/WGA-loongerelateerde uitkering. Hiervoor zouden werknemers premies moeten afdragen. De reparatie is onder meer gekomen door de komst van de Stichting Private Aanvulling WW en WGA, de SPAWW. Aansluiting hierbij is in cao’s geregeld. Aangesloten kunnen werknemers van wie de duur van hun WW- dan wel WGA-loongerelateerde uitkering bijna verstreken is, aankloppen voor een private verlenging van hun uitkeringsduur. Lang niet iedereen kent deze regeling waardoor er nog weinig gebruik van wordt gemaakt. De vraag is wat de SPAWW gaat doen in het kader van de reparatie van de voorgenomen bekorting. Gaan ze weer repareren en zo ja, voor welke periode?
Een ander punt is de WGA-hiaatverzekering, bedoeld voor werknemers die geconfronteerd worden met een inkomensterugval als ze van de WGA-loongerelateerde uitkering overgaan naar de WGA-vervolguitkering. De verzekering biedt een aanvulling op de WGA-vervolguitkering. Deze komt nu pas in beeld na 24 maanden en zal straks al na 12 maanden in beeld komen. Dit betekent ook wat voor de premies die worden afgedragen door werkgevers en soms ook werknemers.
Aanscherping referte-eisen
Om in aanmerking te komen voor een WW/WGA-uitkering moet een werknemer voldoen aan de wekeneis. Die eis houdt in dat hij in de 36 weken voorafgaande aan de eerste werkloosheidsdag/arbeidsongeschiktheidsdag minimaal 26 weken feitelijk gewerkt moet hebben alvorens hij in aanmerking kan komen voor een basisuitkering van 3 maanden. Deze referte-eis wil het kabinet gaan aanscherpen naar 42 uit 52 weken. Dit betekent dat een groep werknemers die nog maar kort aan het arbeidsproces deelneemt geen aanspraak meer zal kunnen maken op een basisuitkering.
Daarnaast blijft de jareneis gehandhaafd. Die eis houdt in dat, als een werknemer in aanmerking wil komen voor een langere WW/WGA-uitkering, hij in de 5 jaar voorafgaande aan de eerste WW-/WGA-dag 4 jaar moet hebben met 208 sv-uren per loonjaar. Vervolgens wordt gekeken naar het totale arbeidsverleden om de totale duur te bepalen. Momenteel geldt dat gedurende de eerste 10 jaar een maand WW per dienstjaar wordt opgebouwd en vervolgens een halve maand per dienstjaar om te komen tot de maximale duur van 24 maanden. Die opbouw gaat worden beperkt naar een halve maand opbouw per dienstjaar. Dit betekent dat een werknemer pas na 24 jaar de maximale uitkeringsduur van 12 maanden heeft bereikt. Vaak zal de uitkeringsduur dus veel korter zijn wat betekent dat er veel eerder een armoedeval wordt gemaakt en mensen een beroep moeten doen op de bijstand of op het inkomen van een partner.
Implicaties voor werkgever
De werkgever krijgt als de WGA-uitkeringsduur wordt beperkt naar een jaar, minder kosten. De lasten zijn immers het hoogst voor een werkgever gedurende de loongerelateerde uitkering. Nadien wordt alleen een schadelast ter hoogte van de WGA-vervolguitkering aan de werkgever toegerekend. Het is niet van belang of de werknemer daadwerkelijk een vervolguitkering ontvangt of niet. Dus voor zowel de werkgever die eigenrisicodrager is voor de WGA als voor de werkgever die in het publieke bestel is gebleven, geldt dat zij lagere kosten zullen hebben. Wel kan er sprake zijn van een hogere WGA-hiaatpremie zoals besproken. Voor kleinere werkgevers geldt dit in mindere mate omdat ze veelal geen eigenrisicodrager zijn en een sectorpremie betalen waardoor er geen individuele toerekening plaatsvindt.
Het voornemen bestaat ook om de IVA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten te schrappen. Deze wordt betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds dat betaald wordt uit de door iedere werkgever te betalen basispremie WAO/WIA, dus niet individueel wordt doorberekend aan middelgrote en grote werkgevers. Werkgevers voeren veel procedures om te proberen werknemers over te hevelen vanuit een WGA-uitkering naar een IVA-uitkering, zodat er geen individuele toerekening meer plaatsvindt. Deze procedures zullen dan tot het verleden gaan behoren.