Als het wetje maar een naam heeft

Blogs

Geplaatst op 21 december 2014 door Frans la Poutré (franslapoutre@2xplain.nl)

Als het wetje maar een naam heeft

De bewindslieden waar we in ons vak het meest mee te maken hebben, die van financiën en sociale zaken, moeten niet alleen veel verstand hebben van cijfers en juridische zaken, maar ook over een flinke dosis taalcreativiteit beschikken. Jaarlijks voegen ze wel een of meer woorden aan onze taal toe. Die zijn niet altijd even begrijpelijk. Mijn persoonlijke favoriet van de afgelopen 25 jaar is "overhevelingstoeslag". Begin jaren 90 van de vorige eeuw heb ik tijdens een "Global Payroll Conference" aan de deelnemers uit andere landen de betekenis daarvan proberen uit te leggen. Dat lukte niet echt, maar ze begrepen wel dat ons systeem van loonbelasting en premieheffing zeer ingewikkeld was.

Tot de vorige eeuw kreeg een nieuwe wet simpelweg een zakelijke naam: "Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" of "Wet op de loonbelasting". Rond de eeuwwisseling werd het de trend dat de naam van een wet tot een uitspreekbare afkorting moest leiden. De Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten uit 2004 is met de afkorting "Walvis" daarvan het mooiste voorbeeld.

Dat het bepalen van de juiste naam voor wetgeving niet zo maar een vrijblijvende kwestie is werd pijnlijk duidelijk in 1995, toen de bonus-/malusregeling in de WAO na felle protesten van werkgevers werd afgeschaft. Het kon aan werkgevers niet worden uitgelegd dat zij een boete, een malus moesten betalen als een werknemer buiten hun schuld in de WAO belandde.

Het moet het moment geweest zijn waarop Den Haag het belang van een goede naamkeuze voor wetgeving begon te beseffen. De bonus-/malus werd opgevolgd door de Pemba, de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheid. "Marktwerking, dat valt altijd goed in het bedrijfsleven", moet de minister gedacht hebben, en hij bleek gelijk te hebben. Hoewel de financiële gevolgen van het arbeidsongeschikt raken van een werknemer onder de Pemba veel groter waren dan onder de bonus-/malusregeling, klonk er geen enkel protest van werkgeverszijde.

Momenteel zien we hoe te veel aandacht voor naamgeving leidt tot grote verwarring over belastingregels. De vanaf 1 januari geldende werkkostenregeling is bedoeld om tientallen aparte regelingen voor allerlei kostenvergoedingen te vervangen door één overzichtelijke systeem. Het uitgangspunt is simpel: voor alle vergoedingen geldt voortaan een eindheffing (ook zo'n in Den Haag uitgevonden woord) van 80%. Van dat zogeheten eindheffingsloon blijft toch een deel buiten de heffing: de zogeheten "vrije ruimte".
Het kabinet beseft dat een voorstel om alle vergoedingen met 80% eindheffing te belasten niet met veel enthousiasme zal worden ontvangen. De werkkostenregeling wordt daarom gepresenteerd als een regeling waarbij voortaan alle vergoedingen in de vrije ruimte kunnen worden ondergebracht, tenzij het totale bedrag aan vergoedingen boven de (in 2015) 1,2% van de totale loonsom uitkomt.
Deze opportunistische keuze heeft ertoe geleid dat de regeling niet meer begrepen wordt. Mensen denken dat het loon in de vrije ruimte iets anders is dan het eindheffingsloon en dat ze bij iedere vergoeding moeten of mogen kiezen of ze die onder de eindheffing brengen of in de vrije ruimte laten vallen. Zo maakt de woordkeuze van het kabinet een vereenvoudiging ingewikkeld.

Overigens was de werkkostenregeling ook zonder de woordacrobatiek van Den Haag wel ingewikkeld geworden. Door de talloze uitzonderingen en wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel is er weinig meer over van het vereenvoudigingsdoel. Maar daar is al zo veel over geschreven dat ik me vandaag maar eens heb beperkt tot de invloed van de taal.

 

Duidelijke taal op de actualiteitendagen

Hoofdredacteur Jos van Weert van PayRoll Magazine is een man van duidelijke taal. Ieder jaar vertelt hij in die duidelijke taal hoe de nieuwe wetgeving in de praktijk voor u zal uitpakken. 20 jaar geleden deed hij dat als enige. Nu zijn er inmiddels meerdere variaties op zijn actualiteitendagen. Maar wie een duidelijk verhaal, gestoeld op de eigen praktijk wil horen, komt naar Jos van Weert luisteren. Hier vindt u alle informatie.

 

Hoe zat dat ook al weer?

Overhevelingstoeslag:

  • In 1990 vond een grote belastingherziening plaats (bekend als "operatie Oort"). Doel was het eenvoudiger maken van de regels. Om dat te bereiken werden alle sociale premies voortaan door de werknemers betaald. Tot dan toe betaalden werkgevers ook een deel. Werknemers moesten uiteraard gecompenseerd worden en daartoe kregen zij een toeslag op hun salaris, de overhevelingstoeslag. In 2001 is die toeslag verdwenen en in de bruto salarissen opgenomen. Eenvoudig is het met Oort overigens niet geworden.

Bonus-/malusregeling

  • Om het totaal uit de hand gelopen beroep op de WAO terug te dringen werd in 1992 de Wet terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume ingevoerd. Die wet voorzag in een bonus als werkgevers een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst namen (bonus); raakte een werknemer echter arbeidsongeschikt, dan volgde een boete (malus). De malus verdween in 1995 maar het principe bestaat nog steeds, nu in de vorm van premiedifferentiatie.           

Naar alle blogs


DocNr: 83215
Laatste wijziging: 12-9-2016